Spelletjes voor onderweg

Een reis kan lang duren voor kinderen. Ze denken in het hier en nu en hebben dus nog niet, zoals volwassenen, het einddoel voor ogen. Ze vervelen zich nu, op dit moment in de auto. Niets zo vervelend voor de bestuurder als dreinende kinderen op de achterbank. De niet sturende ouder heeft daarom een belangrijke taak: zorgen dat de kinderen het naar hun zin hebben. ( wie heeft het nou zwaarder: de bestuurder of de meerijder!) Ik had vroeger wat CD-tjes met kindermuziek in het dashboardkastje liggen. CD’s die grijs gedraaid zijn in vakanties. CD’s die we met z’n allen zongen. Tegenwoordig zijn dat de kinderfilms, maar het is de afwisseling die de kinderen fit houdt. Ook handig om in het dashboardkastje te hebben is een lijstje met spelletjes voor onderweg.

Zelfs met de allerkleinsten is dit spel te doen, maar ook de grotere kinderen vinden dit nog leuk.

Wie ziet het eerst het bordje UIT? Zorg er vooral voor dat je zelf niet de eerste bent. Natuurlijk is er niets zo leuk voor een kind dan winnen van een volwassene. En maak daar dan een showtje van in de trant van “Ja, ik was net even afgeleid” of “Hoe kan jij dat nou zo snel zien? Zijn jouw ogen dan zoveel beter dan de mijne?”.
Eindeloze variatie mogelijk: Wie ziet het eerst een rode vrachtwagen? Een Duits nummerbord? Een Peugot? Het bord met de naam Parijs? Het logo van een benzinestation? Het bord met de naam van de streek waar je doorheen reist (b.v. Ardennen) of van een rivier?

Je kunt het met oudere kinderen ook zo spelen dat degene die het gevraagde het eerst ziet, de volgende vraag mag verzinnen.

Zeg het volgende versje op (kinderen houden van herhaling): IK BEN HET MANNETJE VAN PARIJS, IK VERKOOP ALLES VOOR EEN GOEDE PRIJS, JA EN NEE VERSTA IK NIET EN ZWART EN WIT VERKOOP IK NIET. WAAR KAN IK U MEE HELPEN?

Je kind gaat iets bij je kopen en zelf probeer je het kind er toe te brengen om ja/nee/zwart of wit te zeggen. Dan is je kind namelijk af. Maar dat doe je natuurlijk niet te snel. Als je kind b.v. een skateboard koopt, stel je eerst allerlei open vragen zoals wat voor kleur, welke prijsklasse, welke kwaliteit, voor welke leeftijd. Pas tegen het eind (nadat je al een keer hebt verzucht dat het lastig is om je kind in de val te lokken) stel je gesloten vragen zoals: is het een kadootje, wil je er een tasje bij, wil je de kassabon, heb je een klantenkaart. En gun het je kind om het ook eens tot het eind toe te volbrengen.

Je kunt het natuurlijk in het thema van vakantie houden, door dingen te kopen die met vakantie te maken hebben.

Zeg het volgende versje op: IK ZIE, IK ZIE, WAT JIJ NIET ZIET EN HET HEEFT DE KLEUR ROOD.

Om de beurt kunnen de kinderen een vraag stellen die met ja of nee beantwoord kan worden. Denkt iemand te weten wat het antwoord is, dan mag hij/zij het noemen, maar dan is hij/zij af wanneer het niet het goede antwoord was. Soms is het handiger om met elke kind afzonderlijk om de beurt het spel te spelen en dan te tellen hoeveel vragen het nodig had om er achter te komen wat het antwoord was.

Degene die het antwoord heeft geraden mag in de volgende beurt verzinnen.

Kan je kind nog niet zo goed tegen zijn verlies, dan zal het proberen vals te spelen en gaandeweg de ondervraging van voorwerp met dezelfde kleur wisselen. Dan is het goed om je kind het voorwerp op te laten schrijven, zonder dat de anderen het kunnen zien.

Dreigt de aandacht voor dit spel te verslappen, dan kun je er een grapje ingooien b.v. de kleur blauw- de ogen van één van je kinderen. Tijdens dit spel kun je dan zeggen dat dit kind het ook eigenlijk niet kan raden, omdat hij/zij het niet kán zien.

Speel je dit spel in de auto, dan is het voor je kind soms moeilijk om in te schatten of de anderen het voorwerp wel kunnen zien. Dan is een aanwijzing noodzakelijk als “Het is voor in de auto” of “het is buiten de auto” (in dit laatste geval moet het wel de kleur zijn van iets dat steeds beschikbaar blijft, b.v. de blauwe lucht, het groene gras).

Doe wie het eerst een koe ziet. Degene die het eerst een koe ziet, mag een volgend dier noemen. Dat dier moet ook wel echt te vinden zijn. Dit spel kun je ook doen met de merknamen van auto’s.

Probeer met elkaar van de letters van een nummerbord (b.v. van de auto die voor jullie rijdt) woorden te maken, liefst iets grappigs of toepasselijks b.v.

DB-XL = decibel extra large, GZ-FD = gezellige flapdrol.

Zoek met elkaar op nummerborden het geboortejaar van een van de inzittende van jullie auto.

Is je kind geboren in 2003, dan zoeken jullie met z’n allen 03. Als dat gevonden is zoeken jullie met elkaar b.v. het geboortejaar 1982, 82.

Is iedereen aan de beurt geweest dan kun je natuurlijk nog variëren met de geboortedag b.v. 24 mei, 24.

Kinderen vinden het leuk als ze woorden in een andere taal kennen. Leer ze toepasselijke woorden. Ze zullen ze waarschijnlijk niet echt gaan gebruiken op een enkel woord na, zoals arrivederci, au revoir, gracias.

In aanmerking komen de groetwoorden (goeiedag, goeiemorgen, goeieavond, tot ziens, tot spoedig, welterusten, eet smakelijk enz), aanspreekvormen (meneer,mevrouw, jongedame enz), voedingsmiddelen (brood, ijs, namen van fruit, aardappels.

Van de letters uit het woord VAKANTIE zoveel mogelijk woorden maken. In dit geval mag de a twee keer gebruikt worden en de andere letters één keer. Leer je kind te denken in rijtjes woorden door het veranderen van één letter b.v. VAN, VAK, VAT. En door van twee losse letters een tweeklank te maken zoals de IE. Niet toegestaan: uitroepen, namen, merknamen, afkortingen. Wel toegestaan: werkwoordsvormen, enkel- en meervouden.

De officiële speelwijze is dat de woorden die jij alleen hebt verzonnen 3 punten oplevert, de woorden die je met z’n tweeën hebt verzonnen slechts 2 punten oplevert en de woorden die je met z’n drieën hebt verzonnen zijn slechts 1 punt waard. Met kinderen die niet goed tegen hun verlies kunnen, kan je het competitie-element weglaten en vooral kijken naar wat je sámen hebt verzonnen.

Iemand neemt een beroep in zijn gedachte (neem een woord in het thema van vakantie b.v. campinghouder, badmeester, ijsboer, ober, kok, vrachtwagenchauffeur, buschauffeur) Om de beurt mogen de anderen een vraag stellen die alleen met ja of nee beantwoord kan worden. Denkt iemand te weten wat het antwoord is, dan mag hij/zij het noemen, maar dan is hij/zij af wanneer het niet het goede antwoord was. Soms is het handiger om met elke kind afzonderlijk om de beurt het spel te spelen en dan te tellen hoeveel vragen het nodig had om er achter te komen welk beroep het was.

Kan je kind nog niet zo goed tegen zijn verlies, dan zal het proberen vals te spelen en gaandeweg de ondervraging van beroep wisselen. Dan is het goed om het beroep op te laten schrijven voor de start van het spel.

De een noemt een woord, de volgende noemt een woord dat begint met de eindletter van het vorige woord enz.

De meest eenvoudige vorm van dit spel is zonder beperkingen. Als je het iets moeilijker wilt maken kun je de regel invoeren dat het woorden uit een bepaald thema moeten zijn (b.v het thema vakantie, thema dieren, thema etenswaren, thema speelgoed). Dan wordt dit spel wel ineens een heel end moeilijker.

Het is ook mogelijk om hele andere woordslangen te maken b.v. niet met eind/beginletter, maar met hele samengestelde woorden b.v. handschoen, schoenveter, veterdrop, dropsleutel, sleutelbos. Deze slangen worden meestal niet zo lang.

Een andere variatie is zoveel mogelijk samengestelde woorden maken die met hetzelfde woord beginnen of eindigen b.v. schoenveter, schoenzool, schoenhak, schoenmaat, schoenendoos, schoenensmeer, schoenmode, schoenenwinkel.

Zing met de kinderen aan de hand van 3×3=9 liedjes. Of zing liedjes in een bepaald thema: liedjes over dieren, liedjes bij feestdagen.

Probeer ook eens van een eenvoudig liedje een vakantieliedje te maken. B.v we zijn er bijna, we zijn er bijna, bijna in Parijs, Bon vacances.

Voor kleine kinderen is het leuk om knuffels bij de hand te houden. Jij en je kind nemen ieder een knuffel en zo kun je een vraaggesprekje of scène laten ontstaan. Je laat de knuffels hetzelfde beleven als jullie zelf, b.v. je vraagt de knuffel of hij een ijsje kan bestellen in het Frans en welke woorden hij nog meer weet. Je vraagt met jouw knuffel aan de knuffel van je kind wat voor kleur zijn slaapzak heeft en of hij ook spelletjes en boeken meegenomen heeft. Of je zegt als knuffel dat je zo nieuwsgierig bent naar de camping, ’t zwembad enz.

Waardeer vooral ook de inbreng van je kind en ga er uitgebreid op in.